Onderstaande ingekorte en enigszins aangepaste tekst komt oorspronkelijk uit het boek ‘de Hemelse Machten achter het Kerkelijk Jaar van prof. van der Stok.

Carnaval

De eigenlijke vastentijd (Quadragesima) wordt voorafgegaan door de bijzondere periode van het Carnaval (carni vale). Deze term kan worden opgevat als ‘vaarwel aan het vlees’, maar ook als ‘leve het vlees’ of ‘troost voor het vlees’. Het Carnaval is een tijd van merkwaardige losbandigheid, waarin opgekropte verlangens tijdelijk vrij spel krijgen. Dit lijkt te gebeuren met de bedoeling de mens hiervan te bevrijden, zodat hij daarna opnieuw naar hogere idealen kan streven.

Voor een machine, zoals een locomotief, kan een dergelijke ‘ontlading’ nuttig zijn. Maar een levend organisme functioneert met grote precisie; wanneer zo’n uitlaat noodzakelijk wordt geacht, wijst dat meestal op een pathologisch en onzuiver element. Deze uitbundige feesten gaan terug tot zeer oude, heidense tijden. De rooms-katholieke kerk heeft zich er lange tijd tegen verzet, maar zag zich uiteindelijk genoodzaakt het Carnaval in zekere mate te erkennen en te gedogen.

De groteske verkleedpartijen van het Carnaval vertonen bovendien een occulte verwantschap met bepaalde inwijdingsriten. Voorafgaand aan een inwijding wordt de kandidaat geconfronteerd met het mysterieuze ‘Astrale Licht’. Zowel H.P. Blavatsky als C.W. Leadbeater hebben hier zijdelings naar verwezen. Eliphas Lévi heeft er uitvoeriger over geschreven, al bevinden zijn geschriften zich vaak op de grens van betrouwbaarheid, ondanks hun rijke occulte symboliek.

Deze confrontatie met het Astrale Licht vormt tegelijk een beproeving en een waardevolle ervaring. Het is de vijfde proef, de zogenoemde etherproef, die volgt op die van Aarde, Water, Lucht en Vuur. Het Astrale Licht weerspiegelt onze onvolkomenheden op een uiterst groteske manier: we zien een angstaanjagende karikatuur van onszelf, waarin onze zwakheden overdreven en belachelijk worden voorgesteld. Elementale verschijnselen grijnzen ons toe en proberen ons te bedreigen en angst aan te jagen.

C.W. Leadbeater beschrijft zijn ervaring hiermee in het verhaal “De geur van Egypte”. Het is van groot belang te beseffen dat al deze angstwekkende beelden uit onszelf voortkomen. Wanneer wij deze grootste levensles eerlijk, nederig en zonder vrees of eigenbelang onder ogen zien, kunnen wij een diepgaande kennis en zuivering van onze lagere natuur bereiken. Deze is onmisbaar voor het ondergaan van de inwijding, die ons bewustzijn verruimt en toegang geeft tot nieuwe werelden en mogelijkheden.

Op zijn eigen, groteske wijze staat het Carnaval in verband met deze grote occulte waarheid.

Terug naar Dienstrooster