22 maart 2026
De Quadragesimatijd bereikt een wezenlijk hoogtepunt op Passiezondag. Waar de voorafgaande zondagen in het teken staan van zelfonderzoek, zelfbeheersing en begrip voor de medemens, staat Passiezondag geheel in het teken van nederigheid: het vergeten van het zelf en het loslaten van alles wat wij uit zelfbevrediging en zelfbevestiging hebben opgebouwd. Alleen in deze houding kan de mens het Grote Mysterie werkelijk benaderen.
Kenmerkend voor de viering is het gesluierde kruis op het altaar. Volgens de Rooms-Katholieke Kerk verwijst deze sluier allereerst naar de volkomen verlatenheid die Christus moest doorstaan om zijn verlossingswerk te volbrengen. Die verlatenheid weerspiegelt de vereenzaming van de mensheid zelf, voortgekomen uit egoïsme en zelfzucht, die Hem noopte de door menselijke zonde geschapen duisternis binnen te gaan om het leven daaruit terug te brengen.
Daarnaast is de sluier een teken van rouw en berouw, maar ook een voorafbeelding van het Kleed van Heerlijkheid: het paars, met zijn purperen nuance, wijst op transcendente schoonheid en op de uiteindelijke overwinning over Leven en Dood. Vanuit een dieper spiritueel perspectief verwijst deze kleur naar de visie van de Heilige Mysterievlam. Wanneer deze verschijnt, verliezen uiterlijke vormen hun betekenis en wordt ons een glimp geschonken van de ware zin van het Lijden.
De grote les van deze tijd is dat de mens zijn ware stem en ware geluk slechts vindt wanneer hij vrijwillig door het lijden heengaat. Alle geluk dat in zelfbevrediging wordt gezocht, leidt uiteindelijk tot leegte. Werkelijk geluk ontstaat pas wanneer wij het schenken aan anderen zonder iets voor onszelf te verlangen, en zelfs de structuur van de individualiteit wordt losgelaten.
Zo openbaart Passiezondag de weg van de Quadragesima: een weg die voert tot voorbij het kruis, naar de dageraad van de Opstanding, waar de mens uitstijgt boven Leven en Dood.
Terug naar Komende intenties en feestdagen