In het midden van het Evangelie van Johannes wordt de opwekking van Lazarus beschreven (Johannes 11). Deze centrale plaats wijst mogelijk op een bijzondere en unieke betekenis. Opvallend is bovendien dat deze gebeurtenis in geen van de drie andere evangeliën wordt vermeld. Laten we kort bekijken wat Johannes hierover schrijft.
In het dorp Bethanië, nabij Jeruzalem, wonen twee zussen en hun broer: Maria, Martha en Lazarus. Waarschijnlijk verbleef Jezus regelmatig bij hen; zij behoren tot zijn intieme kring van volgelingen. Op een dag wordt Lazarus ernstig ziek. Zijn zussen sturen een bode naar Jezus met het dringende verzoek zo snel mogelijk te komen. Zij vertrouwen erop dat hij Lazarus kan genezen.
Wanneer de boodschap Jezus bereikt, wacht hij echter nog twee dagen voordat hij naar Bethanië vertrekt. Die vertraging lijkt fataal: bij zijn aankomst is Lazarus al gestorven en begraven. Beide zussen verwijten hem: “Als u hier was geweest, zou onze broer niet gestorven zijn.”
Jezus gaat met hen naar het graf, een rotsholte. Hij laat de steen weghalen en roept: “Lazarus, kom naar buiten.” Op dat moment komt Lazarus, nog in grafdoeken gewikkeld, naar buiten. Daarom wordt dit wonder de opwekking van Lazarus genoemd. Het geldt als een van de grootste wonderen van Jezus.

Afbeelding: Lazarus in het Getijdenboek van Maria van Bourgondië (1457-1482)
Toch roept dit vragen op. Waarom zwijgen de andere evangelisten hierover? Gaat het hier werkelijk om een letterlijke opwekking uit de dood, of schuilt er een diepere, symbolische betekenis achter die alleen Johannes beschrijft?
Het Evangelie van Johannes wordt vaak gezien als het meest spirituele of esoterische evangelie. Kerkvaders als Clemens van Alexandrië en Origenes noemden het het “geestelijke evangelie”, het hoogtepunt van het Nieuwe Testament. Johannes wordt daarbij soms gezien als een ingewijde in oude mysteriëntradities.
In dit licht krijgt het verhaal een andere betekenis. Bethanië kan worden opgevat als “huis van de vijgen”, waarbij de vijgenboom een oud symbool van inwijding is. Ook Jezus’ woorden bij het bericht over Lazarus’ ziekte zijn opmerkelijk: “Deze ziekte is niet ten dode, maar tot openbaring van God.”
Dit kan zo worden begrepen dat niet Jezus zelf centraal staat, maar het ontwaken van het goddelijke in Lazarus. De “Zoon van God” kan hier worden gezien als de goddelijke kern in de mens. De ziekte is dan geen doodsoorzaak, maar een proces waardoor dit hogere zelf zichtbaar wordt.
In oude mysteriescholen kende men inwijdingsrituelen. Bij een hogere inwijding onderging de ingewijde een toestand die leek op een doodservaring van ongeveer drie dagen, waarna een geestelijk ontwaken volgde. In dat licht is het opvallend dat Jezus juist twee dagen wacht en pas arriveert wanneer Lazarus al vier dagen in het graf ligt. Het lijkt alsof hij precies op het juiste moment komt: na de symbolische “drie dagen”.
Wanneer Jezus roept: “Lazarus, kom naar buiten”, doet dit denken aan de traditionele oproep waarmee een ingewijde uit zijn inwijdingsstaat wordt teruggeroepen. Ook Jezus’ woorden later krijgen zo een diepere betekenis:
“Ik ben de opstanding en het leven; wie in Mij gelooft, zal leven, ook al is hij gestorven.”
Letterlijk genomen klopt dit niet volledig, want iedereen sterft uiteindelijk. Maar symbolisch betekent het dat wie het goddelijke in zichzelf tot leven brengt, een vorm van onsterfelijkheid bereikt. Het lichaam sterft, maar de goddelijke kern blijft bestaan. In dat opzicht is Lazarus iemand in wie een geestelijk ontwaken heeft plaatsgevonden: een drager van het goddelijke.
Zelfs een uitspraak van de discipel Thomas krijgt in dit licht een nieuwe betekenis: “Laten wij ook gaan om met hem te sterven.”
Dit kan worden gelezen als een verwijzing naar het verlangen om hetzelfde inwijdingsproces te ondergaan.
Wat betekent dit alles voor Pasen?
De dood en opstanding van Jezus Christus kunnen in dit perspectief worden gezien als de hoogste vorm van inwijding. Dit sluit aan bij de oude geloofsbelijdenis waarin staat dat hij “ten derde dage opstond uit de dood”.
Pasen wordt dan meer dan een historische gebeurtenis: het wordt een symbool van de geestelijke bestemming van de mens. De opstanding verwijst naar een toekomst waarin het goddelijke volledig in de mens tot leven komt.
Zo gezien is Pasen het grootste christelijke feest: een vooruitblik op de uiteindelijke transformatie van de mens, waarin zowel geest als lichaam worden doordrongen van het goddelijke.